Meisjes van vroeger

KLOS reünie 26 mei 2007

In de trein op weg naar Ommen, keek ik nieuwsgierig om me heen. Misschien waren er wel meer ‘meisjes van vijfentwintig jaar geleden’ op weg naar de reünie……De hele week praatte ik al over ‘de meisjes’ en moest dan steeds om mezelf lachen, vrouwen van rond de vijfenveertig zou ik gaan ontmoeten. Zou ik hen herkennen? Zouden ze veel veranderd zijn? Zelf word ik meestal makkelijk herkend, hoewel ik zeker tien kilo zwaarder ben dan vroeger…..Ook nu werd er gelijk toen ik binnenkwam  geroepen, ha Jannie, niks veranderd! Wauw, dat voelde als een warm welkom, de sfeer zat er goed in. Het kostte me moeite om eerst iedereen netjes te begroeten. Er was zoveel bij te praten en het enthousiasme om verhalen en belevenissen te delen was groot. Een kakelend kippenhok leek het….. Af en toe vielen er ook ontroerende stiltes wanneer verdrietige belevenissen werden gedeeld. Wat me opviel was dat  het meisje van vroeger in ieder van ons nog zo goed  zichtbaar was.Vooral stemmen en  ogen veranderden nauwelijks.Toch zijn we zelfbewuster geworden, makkelijker, vriendelijker was mijn indruk. We hebben onze plaats in de samenleving gevonden en toen, als meisjes van begin twintig waren we nog zo op zoek. Op zoek naar wie we waren, wilden zijn, ons afzettend tegen een ander, heel zwart wit en eigenwijs. (Oeps, ik hoor collega’s van nu die dit lezen denken…..Ben jij dan niet eigenwijs meer Jannie?? ;) Ik vond het ook opvallend dat veel van de vrouwen die ik sprak zo vol plezier over hun werk praatten Iemand werkt op een Vrije school, een ander op een Daltonschool, weer anderen op gewone basisscholen maar wel vol idealisme en enthousiasme. Velen net als ik zelf nog steeds bij kleuters, anderen werkten in alle groepen van de basisschool, enkelen vonden een baan buiten het onderwijs en één van ons (voor zover ik gehoord heb) startte haar eigen bedrijf. Jammer genoeg heb ik niet iedereen gesproken, daarvoor is één avond te kort. Ook de vrouwen die er niet bij konden zijn werden gemist. Het lijkt me zeker een goed idee om over een aantal jaren nog eens bij elkaar te komen! Meisjes van vroeger, bedankt voor de gezellige avond!

Hartelijke groeten

Jannie

KLOS reünie

Nog zeven nachtjes slapen, staat er in de e mail die ik vandaag van oud klasgenoot Laura kreeg. Het is ruim vijfentwintig jaar geleden dat we op de KLOS bij elkaar in de klas zaten, en in al die jaren is er nooit een reünie georganiseerd. Via Schoolbank.nl kwamen enkele meiden elkaar op het spoor, er werd wat heen en weer gebeld, gezocht op internet en na enkele weken bleken alle klasgenoten te zijn gevonden. Het enthousiasme om elkaar weer eens te ontmoeten was groot. Volgende week zaterdag, over zeven nachtjes, nu ik dit schrijf, zal het grootste deel van meiden, intussen zullen ze allemaal rond de 45 jaar oud zijn, elkaar weer zien. Een echte reünie! Het verbaast me wel. Tijdens onze KLOS jaren waren we absoluut geen hechte klas. Velen kwamen van ver, uit alle hoeken van Flevoland, uit Urk en een deel uit Kampen. Ik was twee uur onderweg van Luttelgeest naar Zwolle, daardoor bleef er weinig tijd over om gezellige dingen te ondernemen met klasgenoten. Ook werd er in die tijd op de KLOS nauwelijks aandacht besteed aan je persoonlijke ontwikkeling. Aan onze sociale vaardigheden werd eigenlijk niet gewerkt. Of ben ik het vergeten?  De vertrouwensoefeningen en samenwerkingsspelletjes die we tegenwoordig tijdens cursussen of teambuildings dagen doen hadden we toen heel goed kunnen gebruiken. Ik kan me niet herinneren dat ons gevraagd werd ‘Wie ben jij? Hoe voel je je? Wat zijn je idealen? Wat een enorm gemis, achteraf…….Wat deden we wel? Pedagogiek met meneer van der Meer, ik leer de kleuters nog altijd het liedje over het molletje, wat hij ons toen leerde. Creatief zijn bij Tijs Jansen, hij leeft al jaren niet meer. Ik vond hem, samen met Truke Korpershoek, (heeft iemand nog contact met haar?) de meest inspirerende leraar. Welke vakken hadden we verder? Spreken met meneer Hekster en biologie met meneer Riphagen, muziek van Tijhuis en Borghart, gym van de Nooy (?)   Aanstaande zaterdag mijmeren we verder……

POP gesprek

POP gesprek.

Aan het begin van de ochtend vertel ik de kleuters dat ik straks een uurtje weg ben. De invaljuf komt dan bij hen. Wat ga je doen juf? Is de logische vraag die meteen gesteld wordt. Ik ga praten met de baas van de school, de directeur, zij wil weten of ik een goede juf ben,

leg ik uit. 21 paar kleuterogen staren mij aan. Ik probeer hun gedachten te lezen. Het lijkt alsof ze denken, juf is juf en kan die dan ook goed of slecht zijn….Wat vinden jullie vraag ik , ben ik een goede juf? Ja, hoor wordt er geroepen en over mijn vraag waarom dan, hoeft niet lang nagedacht te worden: Je kunt zulke mooie verhalen vertellen. Je bedenkt altijd leuke dingen om met ons te doen. Je zorgt goed voor ons. Je bent lief….Heerlijk om te horen! Dan vraag ik of er dingen zijn die de kleuters niet goed of leuk aan mij vinden. Ja, juf, als je boos op iemand anders bent, dat vind ik niet leuk, is het eerlijke antwoord  van één van de kleuters. Een heerlijk spontane start van mijn POP gesprek. Dat verloopt n.a.v  een ellenlange lijst uitspraken over competenties. Gesteld in de derde persoon, zonder persoonsvorm, bijvoorbeeld: ‘Integreert nieuwe kennis in bestaande kennis’. Alsof de mens die je bent er helemaal niet toe doet, ontzettend onpersoonlijk. Alle competenties moest ik van tevoren zelf beoordelen op een 4 puntsschaal. Gelukkig was er onder elke rubriek ook wat ruimte om iets op te schrijven, het gesprek werd daar iets persoonlijker door. Wat ik heel erg miste, als ik vergelijk met functioneringsgesprekken in voorgaande jaren was de vraag: Hoe gaat het met jou? Als je daar een uitgebreid antwoord op geeft en de leidinggevende goed luistert en doorvraagt, dan kom je samen  zoveel meer te weten dan wanneer je zo’n lijst met cijfertjes afwerkt.  Wanneer ik na het gesprek de klas binnenkom, zie ik weer de vragende, nadenkende gezichten. Eén van de kleuters komt op me af en vraagt belangstellend: En was je goed juf??  Geweldig zoals kinderen al mee kunnen leven met elkaar en ook met mij…..Ja hoor, ik was goed, lieve schatten, ik blijf nog een poosje!

Hoe groot is jouw lokaal??

Verbijsterend klein vond ik de klas van een vriendin waar ik gisteravond samen met een andere collega kleuterjuf was om onze vriendin op weg te helpen bij de inrichting van de groep waar zij na de kerstvakantie in begint. Ik heb de maten niet opgemeten maar het gevoel dat dit lokaal mij gaf, was dat van een overvol aquarium….Nog zonder kleuters, volgende week maandag stappen er 32 van deze kleine mensenkinderen naar binnen, hoe kunnen ze hier spelen?? In één hoek een aanrecht, met één wasbak op groep 8 hoogte. In de andere hoek het bureau van de juf met daarboven een aantal boekenplanken, in de derde hoek een tafel met twee computers. Er bleef dus precies één hoek over om een gezellige poppenhoek van te maken, naast de computers hebben we een bouwhoek bedacht en verder staat het vol met tafels en stoelen….Met heel veel moeite konden we daar tussen door een kring maken. 32 Loodzware stoeltjes, niet te tillen voor de kleuters leek mij. En wat me ook heel erg opviel: Nergens ruimte om iets te bewaren, geen magazijn of ruime kast. Wie heeft deze school bedacht? Zijn er kleuterjuffen die zich bezighouden met de maten en eisen die er aan nieuwe lokalen voor kleuters gesteld worden? Deze school is pas gebouwd, maar wat armoedig vergeleken met de scholen van zo’n 25 jaar geleden….Wat een verschil met mijn eigen klas. Ons lokaal is ruim, een aparte hoek ‘springt’ naar buiten, daar is onze poppenhoek, met mooie lage ramen die uitkijken op het plein. In onze klas is een ruim magazijn dat vol staat met materialen en themadozen, schoenendozen over de herfst, sinterklaas, circus, enzovoort. Ook bewaren we daar een flinke voorraad papier, posters, spellen, kerstversiering en…..teveel om op te noemen, maar zo superhandig een eigen magazijn in je klas. Tussen de tafeltjes is er bij ons veel ruimte om op de vloer te spelen, dat doen de kleuters ook graag, de duplo trein en het duplo huis zijn favoriet speelgoed. Ook met bijvoorbeeld de k’nex wordt nooit aan een tafel gespeeld, de kinderen zetten de k’nexbak op de vloer en zitten en spelen daar gezellig om heen. Een inrichting als op deze nieuwe school lijkt uit te nodigen tot werkbladen maken. Iedereen aan tafel en werken i.p.v. spelen…..Lieve vriendin, ik wens je sterkte in dit lokaal. Gelukkig ben jij jong, hebt er heel veel zin in, en je hebt al lang gezien dat het alle 32 superlieve kinderen zijn, dan lukt het je ook in deze volle klas om er wat van te maken! Succes!!

Bouwoverleg

Bouwoverleg

Eens in de twee maanden komen we, als juffen van groep 1 toten met 4 bij elkaar in het zogenaamde ‘bouwoverleg’. Het klinkt alsconstructief….Samen bouwen aan onze onderbouw. In de praktijk valt dat tegen envaak ga ik er met zeer gemengde gevoelens naar toe. Wat hangt ons nu weer bovenhet hoofd, wat staat er op de agenda? In de ideale situatie zouden deagendapunten uit de groepen moeten komen: Vragen van collega’s, problemen waarze tegen aan lopen, nieuwe ideeën en plannen bespreken, brainstormen…. Eenheerlijk creatief proces kan dat zijn waar je energie van krijgt en waarna jevol enthousiasme weer in je klas aan de slag gaat. Daar houd ik van: Beginnenop de werkvloer en vandaar uit met elkaar mee denken en werken. Bij ons opschool werkt het tijdens een bouwoverleg geheel anders. Deze keer stond ineensde methode Schatkist op tafel. Het was een zichtzending waar we naar mochtenkijken en over praten met elkaar maar eigenlijk werd tijdens de vergaderingduidelijk dat het geen vraag was of we met deze methode wilden werken maar dathet een voldongen feit was, de bestelling was al gedaan. Ik ga op zo’n momentin discussie, probeer uit te leggen hoe wij werken in de kleutergroepen en voelmezelf al warmer en emotioneler worden, schiet helemaal door in het verdedigenvan mijn manier van kleuterjuf zijn. En wat levert het op? Ik krijg alsantwoord dat de inspectie eist dat we een methode als Schatkist gebruiken, omdat er dan geen enkelontwikkelingsgebied overgeslagen wordt, alles is controleerbaar en meetbaar.Geloven jullie dit, beste kleuterjuffen en meesters van Nederland? Werkenjullie allemaal met een methode in jullie kleuterklas? Of krijg je de ruimte entijd om in te gaan op ideeën van de kleuters, te leven en te leren midden in dedagelijkse werkelijkheid. Vorige week maakten we de schoolkrant en die begon ikdeze keer met de uitspraak ‘Juf, ik heb een idee!’ Die uitroep hoor ik zo vaakbij ons in de klas.Ik geniet van kinderen en collega’s met eigen ideeën, debetrokkenheid bij wat je doet is dan zo groot, er wordt zoveel en echt geleerd,daar kan volgens mij geen methode tegenop…..

geselecteerd als gefixeerd bericht

Welkom bij de weblog van Community 1-2!

Toveren

Als ik een goede fee was, die kon toveren, dan pakte ik mijn toverstokje en toverde ik een mooie kleine kleuterschool met zachtgeel geschilderde muren, kleurige gordijnen, meubeltjes van hout en prachtige hoeken om te spelen. Veel blokken, heel veel planken en bouwkistjes en kleden, waar de kleuters mee konden bouwen en sjouwen. Ruimte om hutten en tenten te maken…..Een huishoek met verkleedkleren en een keukentje en een hemelbed. Een water en een zandtafel, klei zou er in overvloed zijn en verf en allerlei soorten papier, potloden en glitter. Muziekinstrumenten en prachtige prentenboeken….Om de school heen een grote tuin, waar in het voorjaar geplant en gezaaid kon worden en een plein met een zandbak en een kraan. Wat zouden er machtig mooie rivieren gemaakt worden door de kleuters, kastelen gebouwd en taarten gebakken. Op het plein zou gespeeld worden met ballen, springtouwen, karren en stoepkrijt. Ouders kwamen elke ochtend vol vertrouwen hun kleuters brengen, ze lazen nog even voor of deden een spelletje met hun kind. Aan het eind van de dag kwamen de kleuters moe en vol verhalen, liedjes en belevenissen weer naar huis. Het was fijn geweest op school. Op de school zonder formulieren, zonder vergaderingen, zonder dikke dossiers, zonder managementteam, maar met een lieve juf, die tijd zou hebben om met haar kleuters te spelen, tijd om ze te laten groeien en zich te ontwikkelen, tijd om prachtige verhalen te vertellen, te zingen en te dansen. Lieve jongste collega, zo vol enthousiasme en energie, zo’n kleuterschool zou ik voor jou en de andere collega’s uit het sprookje willen toveren, dan zou ik eindigen met ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Maar de werkelijkheid is anders. We werken bij een stichting en jij hebt de minste dienstjaren van de hele stichting, dus je moet gaan. We zullen je missen en nooit vergeten wat jij altijd zei: Houd je vast aan hoe goed we het hadden met elkaar, dat blijft altijd bij je. Het ga je goed…..

Sprookje

Er waren eens vijf kleuterjuffen. Samen werkten ze met veel plezier in de onderbouw van een basisschool. De één een hele week, een ander slechts een dag, maar dat maakte niet uit. Ze voelden zich gelijkwaardig en inspireerden en hielpen elkaar.
Alle vijf werkten ze met veel enthousiasme, met hart voor “de zaak”. Ze maakten veel meer uren, dan strikt noodzakelijk was, maar dat gaf niet. Het plezier van het samenwerken, de goede sfeer, het uitwisselen van ideeën en het maken van leuke plannen, gaf de juffen energie. Ze konden samen lachen en huilen, bergen verzetten….
Nu je dit leest, denk je misschien dat de juffen erg op elkaar leken, of zelfs van dezelfde leeftijd waren, maar dat was niet het geval. De oudste zou zelfs de oma van de jongste kunnen zijn, wonderlijk, drie generaties die het zo goed met elkaar konden vinden….

De oudste juf was al lang echt oma en bijna aan het eind van haar onderwijsloopbaan, nog een jaartje en dan stop ik riep ze al een aantal jaren, maar het plezier in het werk overheerste en elk jaar besloot ze inderdaad nog een jaar te blijven. Zij kon relativeren als de beste. Als de andere juffen zich ergens boos over maakten, kon zij de rust terugbrengen door een verhaal over vroeger te vertellen of een grapje te maken, dat alles weer in een ander perspectief plaatste. Zij zorgde voor de ontspanning.
De tweede juf was van middelbare leeftijd, werkte al haar halve leven fulltime als geboren kleuterjuf. Zij had altijd veel ideeën voor nieuwe thema’s en projecten, was heel praktisch en hield met groot verantwoordelijkheidsgevoel de dagelijkse gang van zaken in en rond de kleutergroepen in de gaten. In alle jaren dat ze werkte had ze een schat aan materialen verzameld, en deelde die gul met haar collega’s. Zij zorgde voor de continuïteit.
De derde juf was een poosje thuis geweest, kreeg kinderen en toen haar eigen kinderen haar minder nodig hadden, was ze weer met veel enthousiasme in haar kleutergroep aan het werk gegaan. Zij was een idealist, een dromer, een schrijfster, vaak kwamen er wilde plannen in haar op, waarvan de anderen wel eens dachten: moet dat nu allemaal….maar toch genoten ze ook van haar invallen. Zij zorgde voor de fantasie.
De vierde juf was een jonge moeder. Het ene dagje per week dat ze werkte, ging ze er helemaal voor. Vaak was ze thuis terwijl haar drie kleine kindjes aan het spelen waren, zelfs plannen aan het maken voor de volgende dag op school. Ze was vol aandacht en liefde voor kinderen, ouders en collega’s. Haar luisterend oor, en haar vriendelijke glimlach, daar werd ze aan herkend. Zij zorgde voor de aandacht.
De vijfde juf was pas afgestudeerd, maar al twee jaar eindverantwoordelijk voor haar eigen klas. Zij maakte van die klas een thuis voor haar kleuters, organiseerde alles goed, was van ‘s ochtends vroeg tot soms ‘s avonds laat bezig om het nog gezelliger en uitdagender te maken in die klas. Niets was haar te veel. Altijd stond ze klaar om de anderen te helpen. Zij zorgde voor de energie.

Vijf heel verschillende mensen, met heel verschillende kwaliteiten…Ouders brachten hun kleuters vol vertrouwen naar school en werkten met plezier mee, als dat nodig was. De school groeide en bloeide…..

Wordt vervolgd….

Groot verdriet

Groot verdriet.

Toen ik begon met het schrijven van stukjes over school op de website van community 1-2 kon ik niet vermoeden, dat ik wat nu volgt zou gaan schrijven.

Zondagmiddag een bericht op de radio: schietpartij in de stad….Er zijn twee mensen neergeschoten. Maandagmorgen word ik gebeld en krijg te horen, dat één van de slachtoffers, de moeder van een meisje uit mijn klas is, en de dader haar vader. Diezelfde avond is de moeder overleden. Nu enkele weken later inmiddels, twijfel ik of ik er over zal schrijven en besluit het toch te doen. Je hoopt en verwacht nooit in dit soort omstandigheden terecht te komen, maar ineens gebeurt het en wat doe je dan? Ik had steun aan verhalen van andere mensen, die ik vond op internet. Misschien heeft iemand weer iets aan mijn ervaringen in deze week, daarom zal ik er iets over schrijven.

Wat volgens mij belangrijk was……

Er zijn. In de eerste plaats voor de kinderen, de familie van degene die overleden is. Alle anders zo belangrijke dingen kunnen wachten, waar het nu om gaat, is aandacht voor degene met dit grote verdriet.

Openheid. Kinderen reageren zo oprecht, stuur ze niet met ‘een kluitje in het riet’, maar ga serieus in op hun vragen. Vertel hen dat jij op sommige vragen ook geen antwoord hebt. Laat ze praten, reageren op elkaar, ze vinden zo hun eigen antwoorden en oplossingen.

Kwetsbaarheid. Niemand weet precies wat goed is om te doen, heb niet het idee, dat jij dat wel weet. Laat merken aan ouders dat je je best doet en dat je hulp en samenwerking met mensen die dat aanbieden waardeert. Zo deel je de pijn en het verdriet.

Herinneren. Met het meisje waar de moeder van overleden is, heb ik een tafeltje in de gang ingericht. Haar beste vriendin hielp mee. We legden er een mooi kleed op, zetten er een kaars op en een foto van de moeder, een witte roos in een mooi vaasje stond er bij.

Delen. Op het tafeltje legden we een boekje waarin heel veel ouders en kinderen iets voor de kinderen en hun familie hebben geschreven. Elke ochtend brandde de kaars en zongen we er een paar liedjes bij. Op de dag van de begrafenis, namen alle kinderen een witte bloem mee en zetten die zelf in een vaas.

Veiligheid. Naast de schrik en het verdriet, ging het gewone leven in de klas door in hetzelfde ritme. Kleuters leven zo in het moment, de regelmaat van wat er op een dag gebeurt gaf hen en ons steun. Ik vertelde het verhaal van het verloren schaap elke dag, als beeld van veiligheid, ook maakten we schaapjes met hele zachte watten, als troost.

Tot slot het motto van de scriptie over rouwverwerking, die ik op internet vond, het adres is:
http://members.home.nl/roan/index.htm

Een kind kan alles aan, zolang het de waarheid hoort
en van mensen van wie het houdt de natuurlijke gevoelens mag delen
die mensen hebben als ze lijden.
Eda le Shan

Kleine kunstenaars

Er komt een nieuw jongetje wennen. Derde kind uit een gezin, wat gaat dat makkelijk. Hij wandelt met broer en zus de klas binnen, zwaait hen al snel, vrolijk uit en kijkt dan belangstellend om zich heen. Wij stellen ons aan hem voor op de Kanjermanier: Stevig gaan staan, hem aankijken en dan duidelijk je naam zeggen. Ik wens hem veel plezier en vraag aan de kleuters of ze ook iets tegen hem willen zeggen zoals: ‘Leuk dat je bij ons in de klas komt’, of ‘welkom in de bijtjesklas’, enkele kinderen doen dat. Een volgende keer proberen we het weer en zullen het er vast meer zijn. We vertellen wat je allemaal kunt doen in de klas. Iedereen noemt iets en laat zien waar een hoek is, waar de spelletjes staan, enzovoort. Dan gaan we kiezen, het nieuwe jongetje kiest voor schilderen. Het is deze ochtend een witte wereld buiten, poedersuikersneeuw bedekt alles met een ragfijn wit laagje, de bomen zijn sprookjesachtig wit van de rijp. Eindelijk tijd om met zwart papier en witte verf aan de slag te gaan! Dat lijkt hem leuk, en een hele groep kleuters met hem. Prachtige sneeuwschilderijen ontstaan, er wordt een klein beetje blauw, wat rose en wat oranje bijgepakt, voor de details. Sommige oudste kleuters kunnen al heel gedetailleerd werken en hebben dan soms de neiging om wat laatdunkend te doen over het werk van de jongsten. ‘Zij krast alleen maar….’ Ze lijken er werkelijk verbaasd over te zijn, waarom dat zo gaat. Ik pak er dan wel eens een plakboek bij van een oudste, om te laten zien dat ook zij op deze manier begonnen en dat dat heel gewoon is. Maar vandaag is dat niet nodig, iedereen heeft plezier en schildert enthousiast. Als de kleuters naar huis zijn en de verf droog is, kijk ik nog eens naar de schilderwerken en zie hoe mooi ze geworden zijn. Ik plak ze op gekleurde vellen karton, en zo in een oranje of donkerblauw kader springt het werk er nog meer uit, het zijn echte kunstwerken geworden…..Dat zeg ik de volgende ochtend in de kring, dat ik zo trots ben op kleuters, die zulke prachtige kunstwerken maken….’ In kunstwerken kun je van alles zien, juf’ merkt een oudste kleutermeisje op. Een cadeautje, zo’n opmerking! En dan zitten we zomaar een hele poos in de kring te kijken naar de verftekeningen en aan elkaar te vertellen wat we er in zien……Geen krassen maar: Een grot, een tunnel, een waterlelie, een poort, een autostoelsteun voor je hoofd, een varkentje, een wolk, en nog veel meer, te veel om hier op te noemen. Wat een fantastische kunstenaars onze kleuters!